Toen ik nog in de lagere school zat was het een must om over een fancy vriendenboekje te beschikken en het zoveel mogelijk te verspreiden. Je had ze in drie soorten: als eerste de soort met de blanco paginaatjes waarin je ab-so-luut niet met stift mocht prullen omdat het anders doordrukte, vervolgens de soort met de dubbele invulblaadjes met — toen — pikante vragen zoals “Wat wil je later worden?” en als laatste de Barbie-variant die de eerste twee soorten combineerde waardoor je gedoemd was om op shiny roze papier een kleine tekening te maken die zonder aangepaste inkt nog niet in je dromen bleef staan.
Als anti-Barbie-activist beschikte ik over de eerste twee boekjes. In het eerste boekje heeft mijn vader ooit een smurf getekend en mijn zus een Calvin & Hobbes cartoon. Ik herinner me schattige hondjes, vreemde krabbels van een toenmalige vriendin die tegenwoordig bij McDonalds werkt, flatgebouwen en lieveheersbeestjes.
Ik hield wel van deze boekjes, maar zoveel interesseerden ze me nu ook weer niet. Mijn favorieten waren de tweede soort, waarin je heel wat te weten kwam over de mensen die er ooit in schreven. Gisteren kwam ik mijn oude vriendenboekje op het spoor en naast het zwart op wit aantreffen van vrij genânte oude e-mailadressen van mezelf kwam ik nog tot vele andere ontdekkingen.
Zo is er een meisje die later pottenbakster wil worden, die opschreef dat haar hartenwens was dat we nog lang vriendinnen kunnen blijven en toen ik het las was de eerste vraag die bij me opkwam of ze wel degelijk ooit een vriendin wás. Dat haar idool Tweety was verklaart misschien al veel.
Iemand anders’ lievelingsfilm was “Blak Bouty”, een zekere jongen wou later bakker worden en wenste dat ik veel naar zijn bakkerij zou komen, nog iemand anders had een vrij grote Britney Spears-obsessie en dan was er nog iemand die architect-advocaat wou worden. Whatever it is, it sounds expensive!
Kortom, ik had gisteren héél veel lol toen ik alles aandachtig herlas en besefte wat een zorgeloos leventje we vroeger allemaal hadden. Tot ik bij het stukje kwam van een bepaalde jongen die toen in mijn klas zat. Zijn lievelingsfilms waren Brave Heart en Pearl Harbour, hij wilde later piloot worden en zodoende was zijn hartewens om in een vliegtuig, luchtballon en helikopter te vliegen.
Ik had het toch wel eventjes moeilijk toen ik dit allemaal las. Het laatste dat ik me van hem kan herinneren is het plotselinge nieuws dat hij gestorven was. Het was enorm vreemd, hoewel ik hem al vier jaar niet meer had gehoord of gezien. Het was vreemd om iemand te verliezen waarmee je zo’n zes jaar de basis van je leven hebt opgebouwd in de lagere school. Het was vreemd om te voelen dat hoewel we allemaal onze eigen weg zijn uitgegaan, we toch nog allemaal afstammen van éénzelfde groep die samen opgroeide, samen zichzelfde leerde kennen en samen de beste herinneringen achter liet. Het was vreemd om te horen dat iemand uit die groep hulp nodig had, maar niet de juiste hulp kon vinden. Het was vreemd om iemand te moeten laten vallen, iemand die meer deel uitgemaakt heeft van je leven dan je je eigenlijk kan inbeelden. Iemand waaruit je geleerd hebt, ookal besef je het niet. Iemand die er — ook al is het maar heel weinig — voor gezorgd heeft dat je bent zoals je nu bent.
Het is allemaal zo vreemd. Op het ene moment ben je gelukkig en denk je vol enthousiasme terug aan vroeger, op het andere moment vraag je je af wat er anders van je was geworden. En zo. Vreemd.